ECLI:NL:CRVB:2019:4208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- Y.J. Klik
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor terugvordering bedrijfskrediet na faillissement en voortzetting bedrijfsactiviteiten
Appellante en haar ex-partner ontvingen een bedrijfskrediet onder de Bbz 2004-regeling. Na wijziging van de rechtsvorm van eenmanszaak naar BV en later faillissement van de BV, zette de ex-partner de bedrijfsactiviteiten voort via een eenmanszaak. Hierdoor was er geen sprake van beëindiging van het bedrijf zoals bedoeld in artikel 43 Bbz Pro 2004.
Het college vorderde de lening terug wegens betalingsachterstanden. Appellante was hoofdelijk aansprakelijk gesteld en voerde aan dat het college onzorgvuldig had gehandeld en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien.
De Raad oordeelde dat het college voldoende gelegenheid had geboden voor een plan van aanpak en dat de terugvordering gebonden bevoegdheid betrof. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De rechtbankuitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het bedrijfskrediet en de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellante.