ECLI:NL:CRVB:2012:BW8165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening ZW-uitkering en terugvordering wegens hennepkwekerij
Appellant ontving een Ziektewetuitkering die het UWV herzag na onderzoek waaruit bleek dat in zijn woning een hennepkwekerij was gevestigd van 14 april 2008 tot 7 april 2009. Het UWV stelde vast dat appellant inkomsten uit vijf hennepoogsten ter waarde van €270.395,- had genoten zonder dit te melden.
Appellant voerde aan dat hij slechts vanaf 1 december 2008 strafrechtelijk veroordeeld was en dat het bestuursrechtelijk oordeel zich tot die periode moest beperken. De Raad oordeelde dat het strafrechtelijk oordeel niet bindend is voor de bestuursrechter en dat het bewijs in bestuursrechtelijke procedures minder streng is.
Het onderzoek van het UWV werd als zorgvuldig beoordeeld, waarbij onder meer een rapport van Eneco over energiefraude overtuigend aantoonde dat de kwekerij gedurende de gehele periode actief was. Appellant gaf tegenstrijdige verklaringen over verhuur en betrokkenheid, waardoor de Raad aannam dat hij betrokken was bij de hennepkwekerij en inkomsten had ontvangen.
Op grond van de Ziektewet was het UWV verplicht de uitkering te herzien en het onverschuldigd betaalde ziekengeld terug te vorderen. Er was geen dringende reden om hiervan af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de ZW-uitkering en terugvordering wordt bevestigd.