ECLI:NL:CRVB:2012:BX2485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- A.B.J. van der Ham
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens vermogen in Turkije en samenwoning echtgenote
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB, maar de bestuurscommissie stelde op basis van een onderzoek dat hij beschikte over vermogen in de vorm van twee appartementen in Turkije. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij geen eigenaar was van deze appartementen. Daarnaast werd vastgesteld dat hij niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote en dat hij inkomsten had ontvangen via periodieke stortingen op zijn bankrekening.
De rechtbank had de intrekking en terugvordering van bijstand deels bevestigd, waarbij het bedrag werd vastgesteld op € 56.253,25. Appellant voerde onder meer aan dat hij een schuld had bij zijn zoons ter hoogte van de bedragen die zij voor de bouw van de appartementen hadden verstrekt, maar hiervoor ontbraken objectieve aanwijzingen en schriftelijke leenovereenkomsten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraken en oordeelde dat de bestuurscommissie terecht had gehandeld. Ook werd geoordeeld dat de verklaringen van appellant en zijn echtgenote, ondanks het ontbreken van bijstand van een raadsman, gebruikt mochten worden omdat het bewijs niet op ontoelaatbare wijze was verkregen.
Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand werden gehandhaafd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.