ECLI:NL:CRVB:2012:BX3332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens verwijtbare werkloosheid en late aanvraag
Appellant is op 17 april 2009 ontslagen en heeft een WW-uitkering aangevraagd, die is geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Vervolgens heeft appellant zich op 6 augustus 2009 gemeld voor bijstand, die met terugwerkende kracht werd geweigerd vanaf april 2009. Het college legde een maatregel op wegens het door eigen toedoen niet behouden van arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om een eerdere ingangsdatum dan 6 augustus 2009 toe te kennen. Appellant voerde psychische klachten aan die hem zouden hebben belemmerd bij het tijdig aanvragen van bijstand, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De Raad bevestigt dat de eerdere brieven van appellant niet als aanvraag werden aangemerkt en dat de medische gegevens onvoldoende grondslag bieden voor het aannemen van onvermogen. Tevens is vastgesteld dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden, waardoor de maatregel terecht is opgelegd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand met ingangsdatum 6 augustus 2009 bevestigd.