ECLI:NL:CRVB:2012:BX4595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsurenverlies voor WW-uitkering wegens onjuiste vaststelling
Appellant was werkzaam als kerkmusicus voor een parochie en had een arbeidsovereenkomst voor 3,66 uren per week. Na het einde van zijn dienstverband vroeg hij een WW-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat het arbeidsurenverlies niet ten minste vijf uren per week bedroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat alleen de in de arbeidsovereenkomst en salarisspecificatie genoemde uren van 3,66 per week relevant waren. Appellant stelde in hoger beroep dat ook de voorbereidingsuren, die niet apart werden uitbetaald maar wel feitelijk werden verricht, moesten worden meegeteld, wat leidde tot een totaal van 5,64 uren per week.
De Raad oordeelde dat bij de vaststelling van het arbeidsurenverlies moet worden uitgegaan van de feitelijke situatie, waarbij ook de voorbereidingsuren behoren te worden betrokken. Het UWV had ten onrechte alleen de contractuele uren meegeteld. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen het besluit te herzien met inachtneming van deze overwegingen.
De Raad kon zelf niet in de zaak voorzien omdat het UWV over de benodigde gegevens beschikt. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 augustus 2012.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen het besluit te herzien met inachtneming van de feitelijke arbeidsuren inclusief voorbereidingstijd.