ECLI:NL:CRVB:2012:BX4602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
Appellant, het UWV, had een loonsanctie opgelegd aan betrokkene wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen tijdens ziekte, verlengd met 52 weken volgens de Wet WIA. De rechtbank had het bezwaar van betrokkene gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat onvoldoende was aangetoond dat betrokkene onvoldoende had meegewerkt aan re-integratie.
In hoger beroep stelt het UWV dat ook bij beperkte arbeidskansen van een werknemer een breed re-integratietraject binnen de organisatie verwacht mag worden en dat prikkelende acties tegen onvoldoende medewerking passend zijn. Betrokkene stelt dat zij alles redelijkerwijs heeft gedaan, gezien de medische beperkingen en problematische thuissituatie van werknemer.
De Raad oordeelt dat betrokkene de re-integratieactiviteiten beperkt heeft gehouden tot een regio en functie, terwijl van haar verwacht mocht worden dat zij breder binnen de organisatie zou zoeken. De re-integratie was laat, beperkt en leidde nauwelijks tot concrete resultaten. Meer prikkelende maatregelen hadden genomen mogen worden. De rechtbank heeft ten onrechte het besluit vernietigd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.