ECLI:NL:CRVB:2012:BX5814
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening maatschappelijke opvang broers zonder rechtmatig verblijf
Verzoeker en zijn minderjarige broer, beiden zonder rechtmatig verblijf in Nederland, hebben via hun vader meerdere malen maatschappelijke opvang aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage, welke steeds werd afgewezen. De vader en zijn zoons verbleven tijdelijk in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, maar deze maatregel werd opgeheven vanwege vertrek zonder bericht.
Na het vertrek van de vader zijn de broers feitelijk opgevangen bij Jeugdformaat, een voorziening op grond van de Wet justitiële jeugdzorg (Wjz), waarbij Nidos als voogdijinstelling het belang van de minderjarige broer centraal stelt en het contact tussen de broers ondersteunt. De voorzieningenrechter stelt vast dat zolang het in het belang van de minderjarige broer is, verzoeker feitelijk opvang geniet bij Jeugdformaat en dat het college daarom geen noodzaak ziet om maatschappelijke opvang op grond van de Wmo te bieden.
Indien de omstandigheden wijzigen en het niet langer in het belang van de minderjarige broer is dat zij samen verblijven, kan verzoeker zich wenden tot de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) om gebruik te maken van voorzieningen in een vrijheidsbeperkende locatie op basis van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De voorzieningenrechter acht de VBL als een voorliggende voorziening en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
De uitspraak bevestigt dat het ontbreken van rechtmatig verblijf en het bestaan van voorliggende opvangvoorzieningen zoals de VBL en Jeugdformaat het recht op maatschappelijke opvang op grond van de Wmo uitsluit. Het verzoek om een ordemaatregel tot het bieden van opvang wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat feitelijke opvang via Jeugdformaat wordt geboden en de VBL als voorliggende voorziening geldt.