ECLI:NL:CRVB:2012:BX6669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- A.B.J. van der Ham
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Herziening intrekking bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden in pizzeria
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een melding dat appellant werkzaamheden verrichtte in een pizzeria, stelde de gemeente Amsterdam een onderzoek in. Appellant gaf wisselende verklaringen over de aard en omvang van zijn werkzaamheden. Het college trok de bijstand in wegens schending van de inlichtingenverplichting en blokkeerde de uitbetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de blokkering niet-ontvankelijk en het beroep tegen de intrekking ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij geen commerciële werkzaamheden verrichtte en dat de intrekking onterecht was. De Raad oordeelde dat de werkzaamheden wel productief en economisch waardevol waren en dat het college de schending van de inlichtingenverplichting terecht aannam.
Echter vond de Raad dat het college het recht op bijstand wel kon vaststellen door uit te gaan van een redelijke schatting van de aanwezigheid en inkomsten van appellant, mede gebaseerd op zijn eerdere dienstverband bij de pizzeria. De integrale intrekking was daarom te vergaand. De Raad vernietigde het besluit tot intrekking en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het beroep tegen de blokkering werd ongegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd, de blokkering wordt gehandhaafd en het college moet een nieuw besluit nemen.