ECLI:NL:CRVB:2012:BX8232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht over eigendomsrecht appartement
Appellante ontving bijstand vanaf 1996 en had vanaf 2002 een aandeel van een derde in een appartement in [plaatsnaam], wat zij niet heeft gemeld aan het college. Tevens ontving zij pensioen uit Rusland dat niet was opgegeven. Na onderzoek door sociale recherche en het Internationaal Bureau Fraude-informatie werd vastgesteld dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten van bijstand terug over de periode 1997 tot 2007. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellante voerde aan dat zij niet redelijkerwijs over haar aandeel kon beschikken en dat de waarde van het appartement lager was dan vastgesteld, maar zij maakte dit niet aannemelijk.
De Raad oordeelde dat het niet melden van het eigendom een schending van de inlichtingenplicht is en dat appellante onvoldoende heeft aangetoond dat zij niet over haar aandeel kon beschikken. Omdat hierdoor niet kon worden vastgesteld of zij recht had op bijstand, was intrekking en terugvordering gerechtvaardigd. Het taxatierapport van appellante bood geen voldoende basis om het besluit te wijzigen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand blijven in stand.