ECLI:NL:CRVB:2012:BX9068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen arbeid ondanks ziektebeeld
Appellante ontving een Ziektewetuitkering die per 19 april 2010 werd beëindigd. De bezwaarverzekeringsarts stelde vast dat de functies die appellante voor haar werkloosheid vervulde, werk bij vrienden betrof dat zij naar eigen inzicht kon indelen en volledig was aangepast aan haar mogelijkheden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de beëindiging ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellante geschikt was voor haar eigen arbeid. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij vanwege haar aandoening niet in staat was 40 uur per week te werken en dat de hoge ziekteactiviteit op 5 juli 2010 een ander oordeel zou rechtvaardigen.
De Raad overwoog dat de verhoogde ziekteactiviteit na de datum in geding geen invloed heeft op de beoordeling. De arbeid betrof een zeer lichte belasting en was volledig aanpasbaar aan haar beperkingen. De Raad vond geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige en bevestigde de eerdere uitspraak dat appellante geschikt is voor haar eigen arbeid en dat de uitkering terecht is beëindigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 19 april 2010 omdat appellante geschikt wordt geacht haar eigen arbeid te verrichten.