ECLI:NL:CRVB:2015:3260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek bevestigd
Appellant was werkzaam als schoonmaker in een fastfoodrestaurant en meldde zich ziek wegens nek- en schouderklachten veroorzaakt door een kogel in zijn nek. Het UWV beëindigde aanvankelijk het ziekengeld per 19 november 2012, maar na bezwaar werd dit besluit herroepen en het ziekengeld voortgezet. Later nam het UWV een correctiebesluit om het ziekengeld per 29 mei 2013 te beëindigen, gebaseerd op nieuwe verzekeringsgeneeskundige rapporten.
Appellant stelde dat het UWV ten onrechte was teruggekomen op het eerdere besluit en dat het medisch onderzoek onvoldoende was, met name over de beperkingen van zijn rechterarm. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en de juiste maatstaf arbeid had gehanteerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad overwoog dat het begrip 'zijn arbeid' de laatst verrichte functie betreft en dat bijzondere verlichtende aspecten niet buiten beschouwing mogen worden gelaten. De medische onderzoeken waren zorgvuldig en toereikend, en het besluit was niet gebaseerd op nieuwe feiten in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Het rechtszekerheidsbeginsel was in acht genomen door het besluit met ingang van een toekomstige datum te laten ingaan.
Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en het hoger beroep werd verworpen, waarmee de beëindiging van het ziekengeld per 29 mei 2013 rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 29 mei 2013 wordt bevestigd.