ECLI:NL:RBOBR:2020:4984
Rechtbank Oost-Brabant
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onjuiste maatstaf arbeid bij beëindiging Ziektewet-uitkering
Eiseres meldde zich ziek onder haar WW-recht van 16 uren per week en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 31 oktober 2019 omdat zij arbeidsgeschikt zou zijn voor haar werk als sociaal raadsvrouw. Eiseres werkte daarnaast in een dienstverband van 26 uren per week waarvoor zij zich niet ziek had gemeld.
De rechtbank stelt vast dat het UWV onterecht uitgaat van de situatie waarin eiseres op non-actief was gesteld, waarbij zij geen feitelijke werkzaamheden verrichtte. Deze situatie is uitzonderlijk en valt niet onder de rechtspraak over bijzondere verlichtende omstandigheden. De juiste maatstaf arbeid is het werk dat eiseres feitelijk verrichtte vóór non-activiteit.
De verzekeringsartsen hebben het medisch onderzoek zorgvuldig uitgevoerd en de beperkingen van eiseres goed gemotiveerd. Eiseres heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd om de conclusies te betwisten.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd omdat het UWV niet de juiste maatstaf arbeid hanteerde. Daarom krijgt het UWV de gelegenheid dit gebrek te herstellen door te onderzoeken of eiseres geschikt is voor de combinatie van haar functies zonder de bijzondere verlichtende omstandigheden mee te rekenen.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en zal na herstel van het gebrek uitspraak doen over het beroep.
Uitkomst: Het UWV krijgt de gelegenheid het motiveringsgebrek te herstellen door de juiste maatstaf arbeid toe te passen.