ECLI:NL:CRVB:2012:BX9735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewet-uitkering wegens vermeende benadelingshandeling onvoldoende onderbouwd
Appellante diende een aanvraag in voor een Ziektewet-uitkering, die door het UWV werd geweigerd wegens een vermeende benadelingshandeling. Het UWV stelde dat appellante haar werkgever had misleid door onvoldoende informatie te verstrekken over haar verblijfplaats en medische situatie, en dat zij driemaal niet was verschenen bij de Arbodienst.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep constateert dat het UWV onvoldoende eigen onderzoek heeft verricht naar de verwijtbaarheid van de gedragingen van appellante. Zo is niet vastgesteld dat appellante verwijtbaar driemaal niet is verschenen bij de Arbodienst, en is onduidelijk wanneer zij op de wachtlijst voor een heupoperatie stond.
De Raad stelt vast dat het vaststaande feit dat appellante tijdelijk niet goed bereikbaar was onvoldoende is om een benadelingshandeling aan te nemen. Het UWV heeft niet voldaan aan de onderzoeksplicht ex artikel 3:2 Awb Pro. Daarom draagt de Raad het UWV op binnen zes weken het besluit te herzien en het gebrek te herstellen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herzien wegens onvoldoende onderzoek naar de verwijtbaarheid van appellante.