ECLI:NL:CRVB:2019:232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.W. Akkerman
- A.T. de Kwaasteniet
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens benadelingshandeling ondanks psychische klachten
Appellante was werkzaam als verpleegassistent en meldde zich ziek in oktober 2012. Haar arbeidsovereenkomst werd in augustus 2014 ontbonden wegens dringende reden, omdat zij onvoldoende meewerkte aan re-integratie en zich niet hield aan verzuimvoorschriften. Het UWV weigerde haar een Ziektewet-uitkering toe te kennen op grond van een benadelingshandeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de gedragingen tot ontbinding leidden en dat geen medische gegevens de verwijtbaarheid konden opheffen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte zelf een medische beoordeling verrichtte en dat het UWV onderzoek naar haar psychische gesteldheid had moeten doen.
De Raad oordeelde dat het UWV inderdaad verplicht was eigen onderzoek te verrichten naar de psychische gesteldheid, wat niet was gebeurd bij het bestreden besluit. Wel werd in hoger beroep alsnog een medisch gemotiveerd standpunt overgelegd waaruit bleek dat appellante niet zodanig psychisch beperkt was dat zij niet kon meewerken. De Raad vond geen dringende reden om van de maatregel af te zien en passeerde het motiveringsgebrek. Het hoger beroep werd afgewezen en de proceskosten werden aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.