ECLI:NL:CRVB:2014:1010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens autohandel en hennepplantage
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd geconfronteerd met intrekking en terugvordering van bijstand over diverse perioden wegens vermeende inkomsten uit autohandel en hennepplantages. Het college baseerde de intrekking mede op een hennepactie waarbij appellant verantwoordelijkheid nam voor aangetroffen hennepplantages. Daarnaast werden kentekens van auto's die kortstondig op naam van appellant stonden als bewijs van autohandel gebruikt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het college niet bevoegd was om de bijstand in te trekken vanaf 7 april 2010 wegens inkomsten uit de hennepplantage, aangezien appellant geen inkomsten uit de hennep heeft verworven na de inval. Wel acht de Raad het college bevoegd om de bijstand in te trekken over de periode van 23 maart 2010 tot 7 april 2010 vanwege voorbereidingen en werkzaamheden aan de hennepplantage.
Verder stelt de Raad vast dat het college terecht uitging van autohandel bij auto's die korter dan negen maanden op naam van appellant stonden, maar dat de intrekking over maanden waarin auto's langer dan negen maanden op naam stonden onterecht was. De Raad vernietigt het besluit tot intrekking en terugvordering voor die onjuiste perioden en draagt het college op een nieuwe berekening te maken. Tot slot veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt deels vernietigd en beperkt tot de periode van 23 maart 2010 tot 7 april 2010; het college moet een nieuwe terugvorderingsberekening maken.