ECLI:NL:CRVB:2012:BY0604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende motivering in vergoeding scholingskosten WW-uitkering
Appellant, werkzaam als accountmanager en vestigingsmanager, ontving vanaf 1 oktober 2007 een WW-uitkering. Hij verzocht het UWV om vergoeding van kosten voor een opleiding tot rijinstructeur, welke werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond wegens onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van wettelijke bepalingen. Het UWV nam een nieuw besluit, maar ook dit besluit werd door de Centrale Raad van Beroep vernietigd vanwege het ontbreken van een deugdelijke motivering en het niet betrekken van het advies van het Loopbaan Adviescentrum Limburg.
De Raad oordeelde dat het UWV het besluit onjuist baseerde op artikel 24 van Pro de WW en de Richtlijn passende arbeid 2008, zonder toetsing aan de Beleidsregels protocol scholing. Het advies van het Loopbaan Adviescentrum werd ongemotiveerd genegeerd. De Raad droeg het UWV op binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen en een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met eerdere uitspraken en beschikbare gegevens over het recht op WW-uitkering.
Partijen waren niet verschenen bij de zitting van 26 september 2012. Het hoger beroep richtte zich op de vraag of appellant alsnog de mogelijkheid moest krijgen de opleiding te volgen. De Raad stelde vast dat het hoger beroep niet slaagt, maar dat het besluit van 26 januari 2011 alsnog vernietigd moet worden wegens gebrekkige motivering, en dat het UWV opnieuw moet beslissen met inachtneming van de relevante beleidsregels en adviezen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.