ECLI:NL:CRVB:2012:BY0952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit beëindiging IVA-uitkering en toekenning WGA-uitkering
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) betreffende de beëindiging van een IVA-uitkering en de toekenning van een WGA-uitkering aan betrokkene. Na een eerdere tussenuitspraak werd een nieuw besluit genomen waarin het recht op IVA-uitkering werd toegekend vanaf 21 augustus 2008 en beëindigd per 24 oktober 2011, waarna een WGA-uitkering werd toegekend.
Betrokkene betwist de beëindiging van de IVA-uitkering en stelt dat zij onverminderd volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Tevens maakt zij bezwaar tegen de vaststelling van het maatmaninkomen en vordert zij vergoeding van immateriële schade en wettelijke rente. De Raad oordeelt dat de beëindiging van de IVA-uitkering niet kan worden gezien als een beslissing op bezwaar vanwege het tijdsverloop en een gewijzigde medische grondslag.
De Raad wijst het verzoek tot immateriële schadevergoeding af omdat onvoldoende is aangetoond dat sprake is van geestelijk leed dat een vergoeding rechtvaardigt. Wel wordt het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering toegewezen. Daarnaast wordt betrokkene in de proceskosten van het hoger beroep en gemaakte reiskosten en onderzoekskosten tegemoetgekomen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot beëindiging van de IVA-uitkering en toekenning van de WGA-uitkering wordt bevestigd.