ECLI:NL:CRVB:2012:BY1877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsverlening met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college trok deze in per 1 juni 2010 wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding daarvan. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank het besluit van het college deels onrechtmatig, maar het college handhaafde de afwijzing van bijstand met terugwerkende kracht. Appellante stelde dat een bankrekening al lang was opgeheven, wat een nieuw feit zou zijn dat recht geeft op bijstand vanaf 1 juni 2010.
De Raad beoordeelde dat voor de periode waarover al besluitvorming had plaatsgevonden (1 juni tot 1 juli 2010) het nieuwe feit irrelevant was omdat het besluit gebaseerd was op het niet melden van een gezamenlijke huishouding. Voor de periode 2 juli tot 12 november 2010 was het besluit onherroepelijk vanwege het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Voor de periode 13 november tot 2 december 2010, waar nog geen besluit was, oordeelde de Raad dat de omstandigheden niet bijzonder waren om af te wijken van het uitgangspunt dat geen bijstand wordt verleend voorafgaand aan de aanvraag.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van bijstand met terugwerkende kracht wordt bevestigd.