ECLI:NL:CRVB:2012:BY2401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit UWV over geschiktheid tot arbeid na zwangerschap en bevalling
Appellante, laatst werkzaam als administratief medewerkster, ontving na het einde van haar contract diverse uitkeringen en meldde zich ziek vanwege rug- en beenklachten na haar bevalling. Het UWV stelde op 28 juni 2010 vast dat zij niet ongeschikt was voor haar werk en trok haar ziekengeld in. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar gegrond en herzag het besluit, waarbij zij appellante per 7 april 2010 ongeschikt achtte vanwege zwangerschap en bevalling, en per 23 september 2010 weer geschikt.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het UWV pas in beroep aan de juiste maatgevende arbeid had getoetst, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het onderzoek zorgvuldig was en de conclusie dat appellante haar arbeid kon verrichten, kon worden gedragen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het besluit geen besluit op bezwaar was en dat haar klachten voortvloeiden uit zwangerschap en bevalling.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit een besluit op bezwaar is en dat het UWV terecht aan de juiste maatgevende arbeid heeft getoetst. Het onderzoek was zorgvuldig en de conclusie dat appellante vanaf 23 september 2010 geschikt was om haar administratieve werk te verrichten, blijft gehandhaafd. De argumenten over de relatie tussen haar klachten en zwangerschap behoeven geen bespreking.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV dat appellante vanaf 23 september 2010 geschikt is voor haar arbeid wordt bevestigd.