ECLI:NL:CRVB:2012:BY4296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijzondere bijstand wegens niet gemelde bankrekening en onvoldoende bewijs schuld
Appellant, een vluchteling uit Afghanistan, ontving bijzondere bijstand op grond van de WWB. Later bleek dat hij een bankrekening had met een saldo van meer dan €6.000 die hij niet had gemeld. Het dagelijks bestuur trok de bijzondere bijstand in en vorderde het ten onrechte ontvangen bedrag terug. Appellant stelde een schuld aan een tussenpersoon in Afghanistan die het vermogen zou verminderen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schuld een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting inhield. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De overgelegde akte en vertaling boden onvoldoende concrete bewijsvoering voor een terugbetalingsverplichting. Ook de culturele context en de vermeende betaling van €5.500 in 2008 werden niet als voldoende bewijs geaccepteerd.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht geen rekening hield met de schuld bij de vaststelling van het vermogen en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijzondere bijstand. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijzondere bijstand worden bevestigd vanwege onvoldoende bewijs van een terugbetalingsverplichting.