ECLI:NL:CRVB:2012:BY4497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellant, voormalig zelfstandig ondernemer, heeft na het leggen van conservatoir beslag een overeenkomst gesloten met [B.V.] om als accountmanager te werken. Na ziekmelding werd een Ziektewetuitkering aangevraagd, welke door het UWV werd geweigerd wegens het ontbreken van een gezagsverhouding en daarmee het ontbreken van een dienstbetrekking.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij als werknemer moest worden aangemerkt op grond van een arbeidsovereenkomst, loonstroken en verklaringen van derden. De Raad beoordeelde echter dat het UWV terecht twijfelde aan de kwalificatie van de overeenkomst als privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De Raad oordeelde dat de loonstroken inconsistenties vertoonden en dat de werkzaamheden van appellant vooral bestonden uit het overbrengen van contracten van zijn eigen bedrijven naar [B.V.], zonder aanwijzingen voor een gezagsverhouding. Verklaringen van derden toonden geen ondergeschikte positie of werkinstructies van [B.V.].
Daarom was onvoldoende aannemelijk dat appellant werknemer was in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Ziektewet. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewetuitkering door het UWV bevestigd.