ECLI:NL:CRVB:2012:BY6199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging AOW-toeslag wegens verlies duurzame band met Nederland na verblijf in China
Appellant, geboren in 1941, was sinds 2005 gehuwd met een Chinese vrouw en woonde sinds 2009 in China, waar ook zijn echtgenote en minderjarig kind verblijven. Hij had zijn huurwoning in Nederland opgezegd en was ingeschreven bij zijn dochter in Nederland met een kamer. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde zijn AOW-toeslag per 1 november 2010 wegens het verlies van ingezetenschap.
De rechtbank had het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand gelaten, oordelend dat appellant terecht niet meer als ingezetene werd beschouwd. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de intentie had terug te keren naar Nederland, maar dat dit financieel niet mogelijk was, en dat hij mocht vertrouwen op behoud van toeslag.
De Raad overwoog dat het begrip ingezetenschap een duurzame persoonlijke band met Nederland vereist, die appellant na een jaar verblijf in China had verloren. Het vertrek was niet tijdelijk van aard, mede door het opzeggen van zijn woning en het gezin in China. Intentie tot terugkeer zonder concrete plannen of termijn is onvoldoende. Vertrouwensgrondslag ontbrak, zodat de beëindiging van de toeslag rechtmatig was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden vonnis en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De AOW-toeslag is terecht beëindigd omdat appellant zijn duurzame persoonlijke band met Nederland heeft verloren na verblijf in China.