ECLI:NL:CRVB:2012:BY6757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-wonen op opgegeven adres
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en gaf een uitkeringsadres op waar hij volgens het dagelijks bestuur niet daadwerkelijk verbleef. Na meerdere pogingen tot huisbezoek en een onderzoek met getuigenverklaringen en verbruiksgegevens van gas, water en elektriciteit werd de bijstand over de periode 1 maart 2008 tot en met 22 september 2008 ingetrokken en teruggevorderd.
Appellant betwistte de bevindingen en voerde onder meer aan dat hij wel op het adres verbleef, dat getuigenverklaringen niet bindend zijn en dat het lage energieverbruik verklaarbaar is. Tevens deed hij een beroep op het vertrouwensbeginsel, verwijzend naar eerdere besluiten van het dagelijks bestuur.
De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellant en getuigen, het lage energieverbruik en de verklaringen van buurtbewoners voldoende bewijs vormen dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Het gebruik van een tolk tijdens het verhoor werd als rechtsgeldig beoordeeld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige mededeling was gedaan die het standpunt van het dagelijks bestuur zou wijzigen.
De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand over de genoemde periode en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-wonen op het opgegeven adres wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.