ECLI:NL:CRVB:2012:BY6806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag overname betalingsverplichtingen wegens niet tijdige indiening
Betrokkene was van januari tot juni 2009 in dienst bij een failliete werkgever en diende een aanvraag in voor overname van betalingsverplichtingen op grond van de WW. De aanvraag werd afgewezen omdat deze na de wettelijke termijn van 26 weken was ingediend.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard, stellende dat verwarring over de aanvraagprocedure was ontstaan door communicatie van het UWV, waardoor een bijzonder geval bestond. In hoger beroep betwistte het UWV dit en stelde dat betrokkene verantwoordelijk bleef voor tijdige indiening.
De Raad oordeelde dat de verklaringen van betrokkene over het telefoongesprek niet geloofwaardig waren en dat hij na bekendheid bij de curator alsnog tijdig had kunnen aanvragen. De uitlatingen van een medewerker in november 2010 waren voor de beoordeling van het bijzonder geval niet relevant.
Daarom was er geen bijzonder geval en was het UWV terecht bevoegd om de aanvraag af te wijzen. Het hoger beroep van het UWV werd gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening zonder bijzonder geval.