ECLI:NL:CRVB:2012:BY7616
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WWB-uitkering voor vreemdelingen zonder verblijfstitel
Verzoekers, waaronder een alleenstaande ouder met kinderen zonder geldige verblijfsvergunning, vroegen om een voorlopige voorziening om bijstand te ontvangen op grond van de WWB. Hun verblijfsvergunningen waren ingetrokken en zij konden daardoor geen uitkering ontvangen, wat leidde tot dreigende dakloosheid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel artikel 8 EVRM Pro bescherming biedt aan kwetsbare personen, waaronder kinderen, de WWB een beperkte doelstelling heeft en expliciet vreemdelingen zonder verblijfstitel uitsluit van bijstand. De wetgever heeft met artikel 16, tweede lid, WWB deze categorie buiten de hardheidsclausule geplaatst.
De positieve verplichting om te zorgen voor deze groep rust op andere bestuursorganen, zoals het COA, en niet op het college dat de WWB uitvoert. De voorzieningenrechter bevestigde eerdere jurisprudentie en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de WWB geen positieve verplichting tot bijstand aan vreemdelingen zonder verblijfsvergunning bevat.