ECLI:NL:CRVB:2012:BY8136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.C.W. Lange
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens toegenomen beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak
Appellante ontving sinds april 1999 een gedeeltelijke WAO-uitkering, die in november 2002 werd verhoogd naar een volledige uitkering wegens toegenomen beperkingen. In 2007 werd de uitkering verlaagd naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. In 2008 meldde zij zich opnieuw toegenomen arbeidsongeschikt, waarna het UWV in 2009 de uitkering verhoogde naar 80-100%, met ingang van 12 januari 2010, maar de ingangsdatum werd betwist.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de toegenomen beperkingen niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortkwamen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat psychische klachten sinds 1998 speelden en dat de somatoforme pijnstoornis en conversiestoornis beide onder dezelfde categorie vallen, wat door medisch advies werd ondersteund.
De Raad oordeelde dat het UWV niet heeft aangetoond dat de beperkingen uit een andere ziekteoorzaak voortkomen en dat de toegenomen beperkingen als voortkomend uit dezelfde ziekteoorzaak moeten worden beschouwd. Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd, en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met toepassing van de verkorte wachttijd en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het UWV moet een nieuwe beslissing nemen waarbij appellante een WAO-uitkering van 80-100% wordt toegekend met toepassing van de verkorte wachttijd.