ECLI:NL:CRVB:2013:1073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering Wajong en AAW op grond van arbeidsongeschiktheid rond 1990
Appellant heeft op 14 mei 2009 een Wajong-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid die zou zijn ontstaan op of na 20 oktober 1989. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant op 20 oktober 1990 minder dan 25% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep heeft het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek beoordeeld, waarbij onder meer rapporten van verzekeringsartsen, psychologen en arbeidsdeskundigen werden betrokken. De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellant op het moment in geding niet zodanig waren dat hij niet in staat was eenvoudige, routinematige arbeid te verrichten. De door appellant overgelegde medische brieven gaven onvoldoende inzicht in zijn toestand rond 1990.
Hoewel het UWV de aanvraag terecht op grond van de Wajong heeft afgewezen, had het ook de aanvraag moeten beoordelen aan de hand van de AAW, aangezien de Wajong pas vanaf 1 januari 1998 van kracht is. De Raad leest het besluit daarom ook als een weigering van een uitkering op grond van de AAW. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de Wajong-uitkering heeft geweigerd en leest het besluit ook als een weigering van een AAW-uitkering.