Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat het onderzoek wordt heropend onder nummers 13/1016 BESLU en
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand en weigerde herhaaldelijk mee te werken aan het traject 'Werken op proef', een door het college aangeboden re-integratievoorziening. Het college legde daarom twee verlagingen van de bijstand op, waarvan de duur deels werd aangepast na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond en oordeelde dat de verlagingen in overeenstemming waren met de WWB en niet als strafrechtelijke sancties konden worden aangemerkt.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat zij wel wilde meewerken, maar op een andere wijze, en dat de verlagingen een strafkarakter hadden. De Raad verwierp deze gronden en bevestigde dat het college bevoegd was de verlagingen op te leggen ter stimulering van arbeidsinschakeling, en dat de maatregelen reparatoir van aard zijn. Ook werden internationale rechtsgronden zoals het EVRM en het Europees Sociaal Handvest verworpen.
Appellante verzocht daarnaast om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad constateerde dat de rechtbankprocedure mogelijk te lang had geduurd, maar dat de behandeling van bezwaar en hoger beroep binnen redelijke termijnen was gebleven. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De Raad besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over de termijnoverschrijding en stelde de Staat der Nederlanden als partij aan in die procedure.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens niet meewerken aan het re-integratietraject wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.