ECLI:NL:CRVB:2013:1333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek kwijtschelding terugvordering onverschuldigde uitkeringen
Appellant verzocht het UWV om kwijtschelding van terugvorderingen van onverschuldigd betaalde WW-, ZW- en WAO-uitkeringen. Het UWV wees dit verzoek af omdat niet was voldaan aan de wettelijke voorwaarden, met name dat er binnen vijf jaar geen betalingen mochten zijn gedaan en dat de termijn van tien jaar voor afboeking nog niet was verstreken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, wat in hoger beroep werd bevestigd. De Raad oordeelde dat per vordering afzonderlijk moest worden beoordeeld of aan de voorwaarden voor kwijtschelding was voldaan. Voor de WW-vordering was een betaling van €50,- gedaan binnen vijf jaar, waardoor kwijtschelding niet mogelijk was.
Voor de ZW- en WAO-vorderingen was geen betaling verricht gedurende meer dan vijf jaar en was appellant niet in staat terug te betalen. Echter, omdat de resterende bedragen hoger waren dan €2.269,-, gold een termijn van tien jaar voor afboeking, welke nog niet was verstreken. De beleidsregel van het UWV werd als redelijk beoordeeld.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om kwijtschelding wordt afgewezen.