ECLI:NL:CRVB:2013:1395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en stonden ingeschreven op verschillende adressen. Na een anonieme melding startte het college een onderzoek naar het voeren van een gezamenlijke huishouding. Uit verklaringen van appellante, een sociaal rechercheur en omwonenden bleek dat appellanten vanaf maart 2008 feitelijk samenwoonden op het adres van appellant.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en stelde vast dat het huisbezoek rechtmatig was en de verklaringen betrouwbaar. Appellante voerde aan dat zij de verklaring niet begreep vanwege taalproblemen en dat het huisbezoek onrechtmatig was, maar deze bezwaren werden verworpen.
De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellante en derden voldoende steun boden voor het standpunt van het college. De toestemming voor het huisbezoek was gebaseerd op informed consent, en er was geen reden om de verklaringen buiten beschouwing te laten. De Raad bevestigde het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.