ECLI:NL:CRVB:2013:1565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens niet opleggen loonsanctie WIA-uitkering
Appellant had een WW-uitkering ontvangen ter hoogte van 70% van zijn loon nadat het UWV had vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen WIA-uitkering toekende. Appellant vorderde schadevergoeding wegens het niet opleggen van een loonsanctie aan zijn werkgever, die volgens hem op grond van de CAO 100% loon zou moeten doorbetalen.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard omdat de schadevergoeding zich beperkt tot 70% van het loon, het niveau van de WW-uitkering, en de aanvullende CAO-verplichting niet aan het UWV kan worden toegerekend. Het vereiste causale verband ontbrak.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de loonsanctie direct een loonvordering van 100% zou opleveren en dat er geen extra schakel was die het causale verband zou verbreken. De Raad oordeelde echter dat de plicht tot 100% loondoorbetaling voortvloeit uit de CAO en niet uit artikel 7:629 BW Pro, waarnaar de Wet WIA verwijst.
Daarom is de schadevergoeding beperkt tot 70% van het loon en kan het UWV niet aansprakelijk worden gesteld voor het verschil. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het UWV hoeft geen schadevergoeding boven de 70% WW-uitkering te betalen.