ECLI:NL:CRVB:2008:BE9388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door onrechtmatig loonsanctiebesluit UWV
Appellante kreeg van het UWV een loonsanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een werknemer over de periode van 13 september 2004 tot 13 maart 2005. Het bezwaar tegen deze sanctie werd door het UWV en de rechtbank ongegrond verklaard. Tijdens het hoger beroep herzag het UWV het besluit en trok de loonsanctie in, waarna appellante het hoger beroep introk en een schadevergoeding en proceskostenvergoeding vorderde.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV door het oorspronkelijke besluit een onrechtmatige daad had gepleegd en dat de schadevergoeding in beginsel toekomt. De Raad beoordeelde dat op grond van de geldende wet- en regelgeving slechts 70% van het doorbetaalde loon, inclusief vakantietoeslag en werkgeverslasten, aan appellante vergoed dient te worden, niet 100% zoals appellante vorderde. Het standpunt van het UWV dat premies slechts deels vergoed moesten worden, werd verworpen.
De Raad verwierp ook de klacht van appellante dat het UWV willekeurig zou handelen door in andere gevallen 100% te vergoeden, omdat dit voortkwam uit onduidelijke interne richtlijnen die later werden aangepast. Tot slot veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de schade en de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van 70% van het doorbetaalde loon en proceskosten aan appellante.