ECLI:NL:CRVB:2013:1629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens vermogen in onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd ingetrokken nadat onderzoek aantoonde dat zij onroerend goed in Turkije bezaten met een waarde van circa €213.911, boven de toegestane vermogensgrens.
Appellanten stelden dat het onroerend goed eigendom was van de vader van appellante en niet van hen, maar konden dit niet aannemelijk maken. De Raad overwoog dat onroerend goed dat op naam van appellanten staat in een officieel register vermoed wordt tot hun vermogen te behoren.
Het beroep tegen de intrekking werd ongegrond verklaard, waarbij de Raad ook een rapport van het Internationaal Juridisch Instituut buiten beschouwing liet omdat het niet relevant was. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd en de intrekking van de bijstand gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.