ECLI:NL:CRVB:2013:1816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- K. Wentholt
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering Wajong-uitkering en noodzaak verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante diende op 14 juni 2010 een laattijdige aanvraag in voor ondersteuning op grond van de Wet Wajong. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij volgens een arbeidskundig onderzoek in staat zou zijn meer dan 75% van het minimumloon te verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat een arbeidskundig onderzoek voldoende was.
In hoger beroep betoogde appellante dat de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) van toepassing was en dat een medisch onderzoek had moeten plaatsvinden om te beoordelen of zij de werkzaamheden daadwerkelijk kon verrichten gezien haar medische beperkingen. Zij stelde dat zij boven haar macht had gewerkt en ziekteverzuim had gemaskeerd met verlofdagen.
De Raad oordeelde dat volgens de wet en het stappenplan van het UWV een verzekeringsgeneeskundig onderzoek noodzakelijk is om te beoordelen of iemand met zijn medische beperkingen in staat is te werken. Het arbeidskundig onderzoek alleen is onvoldoende om vast te stellen of appellante daadwerkelijk kon functioneren. Het besluit van het UWV was daarom niet deugdelijk gemotiveerd.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 september 2013.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de gebreken in het besluit te herstellen en een verzekeringsgeneeskundig onderzoek te verrichten.