ECLI:NL:CRVB:2014:1825
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over ten onrechte afgewezen Wajong-uitkering wegens gebrek aan verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Betrokkene, geboren in 1982, meldde zich in 2009 ziek na jaren als inpakster te hebben gewerkt. Zij vroeg in 2010 een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen op basis van een arbeidskundig rapport zonder verzekeringsgeneeskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit omdat het ontbreken van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek een gebrekkige besluitvorming opleverde.
In hoger beroep stelde het UWV dat betrokkene een substantieel arbeidsverleden had en niet voldeed aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering. Betrokkene stelde dat zij vanwege een verstandelijke beperking en sociale angststoornis slechts met intensieve begeleiding arbeid kon verrichten. Diverse rapporten van psychologen, psychiaters en arbeidsdeskundigen bevestigden haar beperkingen.
De Raad concludeerde dat het UWV ten onrechte het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet had betrokken bij de beslissing en dat betrokkene vanaf haar 18e niet in staat was meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen. De Raad draagt het UWV op het besluit binnen acht weken te herstellen, waarbij het primaire besluit niet wordt vernietigd.
Deze tussenuitspraak benadrukt het belang van een gedegen verzekeringsgeneeskundig onderzoek bij de beoordeling van Wajong-uitkeringen en bevestigt dat arbeidsverleden met intensieve begeleiding niet zonder meer maatgevend is voor de mate van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen en de Wajong-uitkering opnieuw te beoordelen met inachtneming van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek.