ECLI:NL:CRVB:2013:1953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 1987 bijstand en stond ingeschreven op een adres in de gemeente ’s-Gravenhage. Naar aanleiding van anonieme meldingen dat appellant feitelijk in een andere plaats woonde, stelde de sociale recherche een onderzoek in. Dit leidde tot het besluit van het college om de bijstand met ingang van 17 augustus 2003 in te trekken en de kosten terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de stukken onvoldoende grond boden voor het standpunt dat hij niet in ’s-Gravenhage woonde. De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellant en zijn partner, afgelegd tegenover de sociale recherche en ondertekend, voldoende feitelijke grondslag boden voor de conclusie dat appellant niet in ’s-Gravenhage woonde.
Hoewel appellant en zijn partner tijdens de zitting terugkwamen op hun eerdere verklaringen, achtte de Raad de oorspronkelijke verklaringen betrouwbaarder. De Raad verwierp het beroep en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.