ECLI:NL:CRVB:2013:2062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand na belastingteruggave en vermogensoverschrijding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en kreeg in 2009 een belastingteruggave van haar overleden echtgenoot. Het dagelijks bestuur stelde het vermogen van appellante opnieuw vast en concludeerde dat sprake was van een vermogensoverschrijding, waarop de bijstand werd herzien en teruggevorderd.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij met de belastingteruggave een auto had gekocht en dat een medewerker van de sociale dienst had toegezegd dat dit geen gevolgen voor haar bijstand zou hebben. De rechtbank oordeelde dat de belastingteruggave als erfdeel moest worden beschouwd en dat de auto-aanschaf niet relevant was voor de terugvordering.
In hoger beroep bevestigt de Raad dit oordeel. Er is geen feitelijke grondslag voor de toezegging van de sociale dienst en de aanschaf van de auto betreft slechts een vermogensverschuiving zonder invloed op de vaststelling van het vermogen. De terugvordering is gerechtvaardigd omdat de belastingteruggave een middel is dat in aanmerking moet worden genomen bij de bijstandsverlening.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens vermogensoverschrijding na belastingteruggave, waarbij de auto-aanschaf geen invloed heeft.