Uitspraak
OVERWEGINGEN
gvan 18 januari 2011 dat appellante niet woont op het door haar opgegeven adres [adres 1] te [woonplaats] (uitkeringsadres), maar al heel lang samenwoont met haar vriend aan de [adres 2] in [woonplaats], hebben medewerkers van de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de aan appellante verleende bijstand. In dat kader is dossieronderzoek verricht en zijn gegevens opgevraagd van het water- en energieverbruik van het uitkeringsadres. Uit deze gegevens kwam naar voren dat het watergebruik in de periode van 1 september 2006 tot 24 mei 2010 28 m3 bedroeg. Op 29 april 2011 en op 4 mei 2011 is geprobeerd een huisbezoek af te leggen op het uitkeringsadres ter controle van de woon- en leefsituatie van appellante. Bij die bezoeken werd appellante niet aangetroffen. Vervolgens heeft appellante tijdens een gesprek op 11 mei 2011 op het kantoor van de SDD een verklaring afgelegd. Volgens een door appellante ondertekend formulier ‘Gespreksbevestiging’ heeft appellante verklaard dat zij alleenwonend is, dat zij in verband met haar hartklachten dagelijks bij haar dochter doucht, dat haar dochter voor haar kookt, dat zij geen vriend heeft en dat Van [Z.], woonachtig op de [adres 2], een kennis is. Aansluitend heeft een huisbezoek aan de woning van appellante plaatsgevonden. Daarbij is onder meer geconstateerd dat de koelkast, met uitzondering van frisdrank, leeg was. Er was geen eten in huis. De badkamer was, met uitzondering van een niet in gebruik zijnde wasmachine, leeg. Er waren geen verzorgingsproducten zoals een tandenborstel of tandpasta. Post, kranten, bankafschriften en medicijnen waren evenmin in huis. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een op 20 mei 2011 opgemaakt rapport.