ECLI:NL:CRVB:2013:2562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WWIK-uitkering wegens onvoldoende beroepsmatige werkzaamheid kunstenaar
Betrokkene, een filmmaker en scenarioschrijver, ontving vanaf mei 2009 een WWIK-uitkering. Na een beoordeling door de Stichting Cultuur & Ondernemen werd geconcludeerd dat betrokkene niet langer als beroepsmatig werkend kunstenaar kon worden aangemerkt, vanwege een laag inkomen en lage presentatie en opdrachtenverwerving.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond omdat volgens haar nadere regels bij amvb ontbraken om de beroepsmatigheid te beoordelen. De Centrale Raad stelt echter vast dat deze amvb-regels zijn vervallen per 1 januari 2009, waardoor het besluit tot beëindiging van de uitkering terecht is genomen.
Betrokkene voerde aan dat het advies onzorgvuldig was en dat zijn beroepsmatigheid wel degelijk aanwezig was, mede vanwege langlopende projecten. De Raad oordeelt echter dat de criteria voldoende duidelijk waren en dat het advies en nader advies zorgvuldig en consistent tot stand zijn gekomen.
De Raad concludeert dat het college het besluit tot beëindiging van de WWIK-uitkering op een juiste grondslag heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond, waarbij de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de WWIK-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.