Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
ZW-uitkering ten bedrage van € 9.525,36 wordt teruggevorderd.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving onterecht Ziektewet-uitkering over de periode van 12 mei 2010 tot en met 6 maart 2011, terwijl zij tevens een WAO-uitkering ontving. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot tot herziening van de Ziektewet-uitkering en terugvordering van het onverschuldigde bedrag van € 9.525,36.
Appellante voerde aan dat haar psychische klachten haar belemmerden om haar belangen redelijk te waarderen en dat terugvordering tot ernstige financiële problemen zou leiden, wat volgens haar een dringende reden vormde om van terugvordering af te zien. De rechtbank oordeelde echter dat deze klachten niet ernstig genoeg waren en dat er geen onaanvaardbare financiële gevolgen waren, mede omdat de invordering was opgeschort vanwege een nihil aflossingscapaciteit.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat het Uwv verplicht is tot terugvordering, tenzij dringende redenen aanwezig zijn. De Raad stelde vast dat de psychische klachten van appellante al bestonden voordat zij kennis nam van de terugvordering en dat deze klachten geen dringende reden vormen om van terugvordering af te zien. Ook ontbraken aanwijzingen dat de terugvordering tot een ernstige verslechtering van haar psychische toestand had geleid.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het verzoek om vergoeding van wettelijke rente af. Tevens werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigde Ziektewet-uitkering wordt bevestigd ondanks psychische klachten van appellante.