ECLI:NL:CRVB:2013:2951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aanvullende regeling pensioenschade na definitieve regeling
Appellant, sinds 1981 werkzaam bij de gemeente Vught, had in 1996 een regeling getroffen waarbij hij per 1 juli 2006 FPU-ontslag kreeg en zijn pensioenschade werd gecompenseerd via een koopsompolis. In 2009 verzocht appellant om een aanvullende regeling omdat volgens het ABP de pensioenschade hoger zou zijn dan oorspronkelijk vergoed.
Het college wees dit verzoek af omdat het eerdere besluit van 1 juni 2006 in rechte onaantastbaar was en er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
De Raad overwoog dat de berekening van het ABP uit 2009 weliswaar een nieuw feit of veranderde omstandigheid is, maar niet relevant voor het eerdere besluit omdat deze gebaseerd is op latere regelgeving. Bovendien had appellant in 2006 al om een berekening kunnen vragen. Het voorstel voor een aanvullende koopsomregeling werd door appellant verworpen en niet ter besluitvorming voorgelegd.
Daarom was het college terecht in het afwijzen van het verzoek en is het hoger beroep van appellant niet gegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een aanvullende regeling voor pensioenschade wordt afgewezen en het eerdere besluit van 1 juni 2006 blijft ongewijzigd.