ECLI:NL:CRVB:2013:2975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugvordering persoonsgebonden budget na opname in jeugdinrichting
Appellant ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg op grond van een indicatie van Bureau Jeugdzorg (BJz). Na opname van appellant in een jeugdinrichting verviel de indicatie per 10 maart 2009. Het Zorgkantoor stelde het pgb over 2009 vast op nihil en vorderde het bedrag terug wegens het niet verantwoorden van het toegekende bedrag.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze terugvordering ongegrond, stellende dat het pgb onverschuldigd was betaald vanaf de opname en dat appellant en zijn moeder op de hoogte hadden moeten zijn van de opname en de gevolgen daarvan. In hoger beroep stelde de Raad vast dat het Zorgkantoor de oorspronkelijke grondslag niet langer handhaafde en dat het bestreden besluit strijdig was met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, waardoor het besluit vernietigd moest worden.
De Raad beoordeelde vervolgens de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit en oordeelde dat appellant vanaf de datum van opname geen geldige indicatie had, waardoor het pgb onjuist was verleend. Het Zorgkantoor had de bevoegdheid om het pgb lager vast te stellen en terug te vorderen, waarbij het een belangenafweging had gemaakt, ook rekening houdend met de moeilijke thuissituatie van appellant en zijn moeder. De Raad liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en veroordeelde het Zorgkantoor tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het Zorgkantoor wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.