ECLI:NL:CRVB:2013:722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van bijstandsaanvragen wegens onvoldoende bewijs van bijstandbehoevende omstandigheden
Appellant ontving sinds 2007 bijstand, maar deze werd ingetrokken in 2008 wegens niet reageren op oproepen. In 2009 en 2010 vroeg hij opnieuw bijstand aan, welke aanvragen door het college werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verblijf in Portugal en onduidelijkheid over kasstortingen op zijn bankrekening.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel in Portugal verbleef en werd onderhouden door een vriend, en dat de bewijslast onterecht bij hem lag. De Raad oordeelde dat het op de aanvrager rust om de benodigde gegevens te verstrekken en dat het college bevoegd is om ook gegevens over de periode voorafgaand aan de aanvraag te vragen.
De Raad onderschreef het oordeel dat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn verblijf en financiën. De verklaring van een vriendin over geldleningen werd ongeloofwaardig bevonden vanwege tegenstrijdigheden met bankafschriften. Ook gaf appellant onvoldoende bewijs over de herkomst van kasstortingen, die bovendien lager waren dan zijn huurbetalingen.
Daarom concludeerde de Raad dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde en bevestigde de afwijzing van de aanvragen. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens onvoldoende bewijs van bijstandbehoevende omstandigheden.