Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van bezwaar en hoger beroep tot een bedrag van € 1.416,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante betaalde griffierecht van in totaal € 156,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het UWV waarin haar WW-uitkering werd herzien en teruggevorderd, en waarbij een boete werd opgelegd wegens schending van de mededelingsverplichting. Na een herbeoordeling binnen het project ZZP-dossiers handhaafde het UWV de besluiten deels, waarna appellante zich hiertegen bleef verzetten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de terugvordering en boete betrof, vernietigde die besluiten en wees het beroep tegen latere besluiten af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat het UWV terecht de uitkering herzag en terugvorderde.
Echter, anders dan de rechtbank oordeelde, kon appellante geen subjectief verwijt worden gemaakt voor onvolledige informatie op de werkbriefjes, omdat het UWV niet had gereageerd op haar en haar accountant's verzoeken om uitleg. Hierdoor werd de opvatting van appellante over het niet hoeven opgeven van indirecte uren in avonden en weekenden in stand gelaten. Daarom werd de boete vernietigd.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht en kosten voor rechtsbijstand. De uitspraak vervangt het eerdere besluit over de boete en herroept het besluit van 6 augustus 2009.
Uitkomst: De boete opgelegd door het UWV wordt vernietigd, de herziening en terugvordering worden bevestigd, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten.