ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet-gemelde werkzaamheden tijdens oriëntatieperiode
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uwv waarin zijn WW-uitkering over de periode van 15 september 2004 tot en met 16 april 2006 werd herzien en teruggevorderd, en tegen de opgelegde boete van € 2.269,- wegens het niet melden van werkzaamheden tijdens de oriëntatieperiode. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat de rechtbank het latere besluit van 3 februari 2011 niet had betrokken.
Uit het dossier blijkt dat appellant samen met medevennoten een onderneming had opgericht en vanaf 15 september 2004 werkzaamheden verrichtte die het werknemerschap in de zin van de WW beëindigden. Het opzetten van een geautomatiseerd bezorgsysteem en het verzenden van opdrachtbevestigingen/facturen aan opdrachtgevers zijn activiteiten die niet onder de oriëntatieperiode vallen. Appellant had deze uren als zelfstandige moeten opgeven, wat hij niet heeft gedaan, waardoor hij zijn inlichtingenplicht schond.
De Raad oordeelt dat het Uwv het beleid uit de Handleiding consistent heeft toegepast en dat de opgelegde boete passend is gelet op de aard en ernst van de overtreding. Het beroep tegen het besluit van 3 februari 2011 wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 3 februari 2011 wordt ongegrond verklaard en de boete van € 2.269,- blijft in stand.