ECLI:NL:CRVB:2013:879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en boete wegens detentie in Turkije en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 1999 een WAO-uitkering. Naar aanleiding van een anonieme tip dat hij sinds juli 2009 in Turkije gedetineerd was, onderzocht het UWV zijn recht op uitkering. Op 22 maart 2010 bezocht een inspecteur het woonadres van appellant, waarbij zonder redelijke grond het huisrecht werd geschonden. De verklaring tijdens dit huisbezoek wordt buiten beschouwing gelaten.
Ondanks het onrechtmatige huisbezoek, is er voldoende andere informatie, waaronder brieven van de echtgenote en de Turkse advocaat, die bevestigen dat appellant sinds juli 2009 gedetineerd was. De intrekking van de WAO-uitkering per 1 september 2009 is daarom terecht. Appellant heeft de inlichtingenplicht geschonden door zijn detentie niet te melden, wat volledig verwijtbaar is.
De opgelegde boete van €1.020,- wordt als een evenredige sanctie beschouwd. Appellant's beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen, behalve dat het huisbezoek onrechtmatig was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering en de boete van €1.020,- worden bevestigd ondanks onrechtmatig huisbezoek.