ECLI:NL:CRVB:2013:BY8648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten partner
Appellante en haar toenmalige partner ontvingen bijstand naar de norm voor een echtpaar. Het college stelde na onderzoek dat de partner inkomsten had als zelfstandig ondernemer in Engeland, wat niet was gemeld, en trok de bijstand in en vorderde bedragen terug. Appellante voerde aan dat de partner niet in Engeland werkte, maar zijn broer die illegaal verbleef, en dat zij niet op de hoogte was van zijn activiteiten.
De Raad oordeelt dat het college aan de bewijslast heeft voldaan met gegevens van de Engelse belastingdienst en het rapport van de sociale recherche. Appellante slaagde er niet in voldoende feiten aan te dragen die twijfel zaaien over de juistheid van deze gegevens. De vaste rechtspraak dat partners als een eenheid worden gezien, betekent dat onbekendheid met het handelen van de partner niet als verweer geldt.
Wel oordeelt de Raad dat voor de periode van 1 mei 2003 tot 1 mei 2004 geen inkomsten van de partner zijn vastgesteld, zodat intrekking en terugvordering over die periode onterecht zijn. De Raad vernietigt het besluit voor dat deel en draagt het college op een nieuw besluit te nemen voor de overige perioden. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt gedeeltelijk vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.