ECLI:NL:CRVB:2020:229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.N.A. Bootsma
- G.M.G. Hink
- P.J. Huisman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering gezinsbijstand na ontvangen erfenis
Appellante ontving een erfenis van €40.836,- van haar in 2015 overleden tante, waardoor zij vanaf 2 april 2015 over voldoende middelen beschikte. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg vorderde daarom de bijstand terug die aan haar was betaald tot en met 31 december 2016, inclusief de gezinsbijstand die zij samen met haar schoondochter ontving.
De Raad bevestigt dat gezinsbijstand niet gesplitst kan worden en dat het college de volledige gezinsbijstand van appellante mag terugvorderen, ongeacht haar persoonlijke opvatting over het vormen van een gezin met haar schoondochter. Appellante stelde dat de terugvordering disproportioneel en onevenredig was, maar de Raad oordeelde dat dit niet opgaat omdat de erfenis substantieel hoger was dan het teruggevorderde bedrag.
Verder is het college niet verplicht een interingsnorm van anderhalf maal de bijstandsnorm toe te passen bij terugvordering na erfenis, en het ontbreken hiervan maakt de terugvordering niet onrechtmatig. De door appellante aangevoerde spanningsklachten zijn onvoldoende onderbouwd om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De terugvordering van de volledige gezinsbijstand na ontvangst van een erfenis wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.