ECLI:NL:CRVB:2013:BY8743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.C.W. Lange
- C.P.N. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling maatmaninkomen WAZ-uitkering
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarbij zijn maatmaninkomen voor de WAZ-uitkering werd vastgesteld op basis van gegevens over de jaren 1998 tot en met 2000. De rechtbank Amsterdam had eerder geoordeeld dat alleen de jaren 1998 en 1999 representatief waren en het UWV had daarop gereageerd met een hogere vaststelling van het maatmaninkomen.
De rechtbank oordeelde echter dat het UWV terecht gebruik had gemaakt van de gegevens over de drie jaren. In hoger beroep stelt appellant dat de rechtbank onterecht is teruggekomen op haar eerdere tussenuitspraak. De Raad stelt dat de rechtbank daartoe niet bevoegd was en vernietigt de uitspraak, maar verklaart het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen actueel belang heeft bij een andere vaststelling van het maatmaninkomen.
De Raad benadrukt dat voor de hoogte van de uitkering of de mate van arbeidsongeschiktheid het precieze maatmaninkomen momenteel niet relevant is. Indien appellant in de toekomst weer inkomen verwerft, kan hij tegen nieuwe besluiten bezwaar maken. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan actueel belang.