ECLI:NL:CRVB:2012:BY2116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Toekenning WGA-vervolguitkering en beoordeling beperkingen samenwerken
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV tot toekenning van een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheidsgraad van 55 tot 65%.
De rechtbank Amsterdam had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarbij zij oordeelde dat zij niet gebonden was aan haar eerdere tussenuitspraak en dat de functie productiemedewerker infuusafdeling niet geschikt was voor appellant. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep stelt appellant primair dat de rechtbank ten onrechte van haar eerdere oordeel is afgeweken. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank niet vrij is om terug te komen op een zonder voorbehoud gegeven tussenuitspraak. De medische rapporten en het arbeidskundig onderzoek geven inzicht in de beperkingen van appellant, met name op het aspect samenwerken.
De Raad concludeert dat de beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet onjuist of onvolledig zijn en dat de functies passend zijn. Het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV wordt daarom ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat het rechterlijk aandeel niet is overschreden.
De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.